Algen
Het water wordt vies door onder andere fosfaten. Fosfaten zitten bijvoorbeeld in zeep en in poep en plas van mensen en dieren. Algen (hele kleine plantjes) vinden fosfaten lekker. Als deze algen heel veel van dit eten binnen krijgen, komen er veel te veel algen in het water. Het water wordt ondoorzichtig en groen. De algen gebruiken alle zuurstof uit het water. Waterdieren en andere waterplanten stikken, doordat ze geen zuurstof meer hebben. Al het leven in het water gaat dood; op den duur ook de algen zelf. Het water stinkt en ziet er smerig en zwart uit. Eigenlijk is het water dan dood, omdat er niets meer in leeft.
Je begrijpt dat dit niet mag gebeuren. Daarom halen we de fosfaten er zoveel mogelijk uit bij het schoonmaken van rioolwater. Dat kost enorm veel geld. Ook letten we er extra goed op dat er bijvoorbeeld geen mest of gier in het water terechtkomt. Een enkele keer gebeurt dat per ongeluk. Dan ruimen we het zo snel mogelijk op.
Botulisme
Soms zie je wel eens een dode eend in het water drijven. De kans is groot dat de eend dood is gegaan aan botulisme. Botulisme is een soort voedselvergiftiging. De boosdoener is een bacterie: Clostridium Botulinum. Vogels, maar ook vissen kunnen deze ziekte krijgen. Ze besmetten elkaar via de snavel of de bek. De botulisme-bacterie maakt een gevaarlijk gif. Het gif verlamt de dieren en dan gaan ze dood. Als de temperatuur van het water tussen de 20 en 25 ºC is, maakt de bacterie de meeste slachtoffers. Vooral ondiepe plassen en poelen zijn een ideale broedplaats voor de bacterie, omdat de temperatuur van het water hier snel oploopt. Dieper of stromend water wordt minder snel warm. Het risico is daar minder groot.
De ziekte kan ook voor mensen gevaarlijk zijn. Gelukkig komt dat type van deze bacterie haast nooit voor. Zieke dieren kunnen weer beter worden. Dat lukt alleen als de ziekte op tijd ontdekt en behandeld wordt.
Wat moet je doen als je zieke, verlamde of dode watervogels of vissen ziet?
BEL HET WATERSCHAP!! Zij kunnen precies vertellen wat je moet doen en ruimen de dode dieren op.
Raak de dieren NOOIT aan! Heb je per ongeluk het dier toch aangeraakt, was dan heel goed je handen met water en zeep. En maak wondjes met jodium schoon. Voor alle zekerheid kun je je huisarts om advies vragen. Begraaf de dode dieren niet zelf en gooi ze ook niet in een afvalbak.
Giftige metalen
Giftige metalen zijn heel slecht voor het water. Dit zijn bijvoorbeeld kwik, zink, cadmium, nikkel of koper. Vroeger gooiden fabrieken deze stoffen vaak in het water. De metalen zinken naar de bodem en blijven daar voor altijd zitten. Door de giftige metalen groeien waterdieren niet goed. Het waterschap graaft dan de bodem van een sloot of beek af om deze giftige stoffen weg te halen.
Tegenwoordig lozen fabrieken veel minder van deze giftige metalen in het water. Toch zitten er nog teveel in het water. Dit komt omdat er nog veel metalen van vroeger in de bodem zitten. Ze zijn nog lang niet allemaal weggehaald. Maar ook nu nog komen er giftige metalen in het water terecht. Bijvoorbeeld door de uitlaatgassen van auto's. Door een regenbui spoelen deze metalen van de weg in het water. Ook komt er koper en zink uit dakgoten en waterleidingen via het rioolwater in het slootwater terecht. Mensen spoelen soms verfresten weg. En hierin kunnen resten van deze metalen zitten. Dat is heel slecht. Op de rioolwaterzuiveringsinstallaties kan het water-schap deze metalen maar voor een klein deel uit het rioolwater halen. De rest komt toch in weer in het oppervlaktewater terecht.
